De onderstaande casuïstiek geeft een helder beeld van de toepasbaarheid van het Cognic Performance Framework binnen zeer diverse sectoren, van internationele multinationals tot een regionale maatschappelijke organisatie.
Bij een grote internationale logistieke organisatie werd op een Nederlandse vestiging een opvallend hoog ziekteverzuim vastgesteld. Uit rapportages bleek dat een aanzienlijk deel van het verzuim werd veroorzaakt door psychische klachten. Opvallend was dat de formele risico-inventarisatie en evaluatie aangaf dat de psychosociale arbeidsbelasting (PSA) onder controle was, terwijl de praktijk een ander beeld liet zien. Deze discrepantie vormde aanleiding voor een verdiepend onderzoek.
Met behulp van de module PSA uit het Cognic Performance Framework is een analyse uitgevoerd naar de oorzaken van de verhoogde psychosociale arbeidsbelasting. Hiervoor werden zowel kwantitatieve als kwalitatieve methoden ingezet, waaronder een gevalideerde vragenlijst en verdiepende interviews met medewerkers. De analyse heeft meerdere factoren zichtbaar gemaakt die bijdroegen aan de ervaren werkstress. Tegelijkertijd bleken beschermende factoren onvoldoende aanwezig.
Op basis van deze inzichten is binnen de fase Performance Recovery een interventierichting geformuleerd gericht op het verlagen van psychosociale arbeidsbelasting en het versterken van de werkomgeving. De aanbevelingen richtten zich op meerdere aspecten binnen de organisatie, waarbij gebruik werd gemaakt van de modules Behaviour Change en Workflow Redesign. Deze interventies maakten het mogelijk om gerichter te werken aan een betere balans tussen werkdruk en draagkracht, met als doel het verlagen van psychosociale belasting en het verminderen van ziekteverzuim.
Situatie
Een internationaal opererende productieorganisatie had haar IT functie gecentraliseerd in een wereldwijd Shared Service Center. Binnen de Europese businessunit ontstonden echter spanningen tussen de operationele afdelingen en IT. De Europese organisatie bleef verantwoordelijk voor naleving van nationale en Europese wet- en regelgeving, terwijl prioritering en capaciteit van IT wereldwijd werden aangestuurd. Hierdoor ontstonden vertragingen bij noodzakelijke systeemaanpassingen voor compliance. Diverse projecten stagneerden en de risico’s op niet-tijdige oplevering namen toe.
Analyse
Met behulp van de modules Proces & Governance, Information Workflow en Organisatorische Afstemming uit het Cognic Performance Framework is de governance-structuur tussen de Europese businessunit en de centrale IT-organisatie geanalyseerd. Hierbij zijn interviews met sleutelfiguren uitgevoerd en interne besluitvorming, communicatie en controlmechanismen onderzocht.
De analyse liet zien dat de strategische keuze voor centralisatie op zichzelf logisch was, maar dat de inrichting van besluitvorming en prioritering onvoldoende aansloot op de regionale complianceverplichtingen binnen Europa. Hierdoor ontstond een structurele spanning tussen wereldwijde efficiëntie en lokale verantwoordelijkheid voor regelgeving.
Resultaat
Binnen de fase Performance Recovery zijn door middel van de modules Proces Optimalisation en Strategic Allignment aanpassingen voorgesteld in de governance en besluitvormingsstructuur. Daarbij werd de strategische centralisatie intact gelaten, maar werden aanvullende control-mechanismen en escalatieroutes ingericht voor compliance-kritische projecten. Deze aanpassingen zorgden voor een betere aansluiting tussen strategische aansturing en operationele realiteit, waardoor noodzakelijke systeemwijzigingen sneller konden worden doorgevoerd en het risico op non-compliance werd verminderd.
Situatie
Een maatschappelijke organisatie kampte met een lage betrokkenheid bij een project wat draaide op vrijwiligers. Het project had een sociale functie alsmede het opdoen van positieve werkervaring en persoonlijke ontwikkeling van de vrijwilligers.
Analyse
Met behulp van de module Human Dynamics uit het Cognic Performance Framework is onderzocht hoe de vrijwilligers hun werkervaring beleefden. Daarbij werd gebruikgemaakt van een gevalideerde vragenlijst voor bevlogenheid en aanvullende analyse van psychologische factoren die invloed hebben op motivatie en werkbeleving.
De analyse liet zien dat de vrijwilligers gemiddeld bevlogen waren, maar dat er duidelijke mogelijkheden waren om deze bevlogenheid verder te vergroten. Hierbij werden diverse belangrijke factoren bescheven over de taakuitvoering alsmede de aansturing van het project.
Resultaat
Op basis van deze inzichten zijn binnen de fase Performance Recovery gerichte interventies ontwikkeld. Door gebruik te maken van de modules Behaviour Change en Proces Optimalisation is een werkomgeving gecreërd waarin de vrijwilligers meer autonomie en competentie ervaren, wat de intrinsieke motivatie en bevlogenheid binnen het project versterkt.